Stekkerblog welkom

Stekkerblog

Hier vind u stekkernieuws & natuur artikeltjes!

In deze editie van het boekje gaan we wat dieper in op het ontstaan van eb en vloed. Daarvoor moeten we een beetje aan astronomie gaan doen:
De grootste en belangrijkste oorzaak (niet de enige) van eb en vloed is de maan.

Zoals je ziet op het bovenste deel van tekening 1 oefent de maan aantrekkingskracht uit op de aarde. Ook de aarde oefent er uit op de maan, waardoor ze samenblijven en de maan altijd rond de aarde draait.

Nu, wat gebeurt er door die aantrekkingskracht? Wel, stel je even voor dat de hele aarde volledig uit water zou bestaan, dan zal het water in een bult komen te staan aan de kant waar de maan zich bevindt. (zie opnieuw tekening 1). Dit noemen we de vloed. Doordat de aarde draait rond zijn as (1
omwenteling is een dag), verandert de plaats op aarde waar zich die bult bevindt dus constant. Op een bepaald moment raak je dan ook aan de zijkanten van de aarde met relatief weinig water. Dit zijn plaatsen waar er eb is.

Laten we de aarde in vieren delen. Op de tekening is dit bovenkant, beneden, links en rechts. Elk plaatsje zal één keer bezet zijn per 24 uur (want de aarde draait dan één keer rond). Er zijn dus volgens de eerste uitleg 3 plaatsen met eb en ééntje met vloed. Dit klopt niet, want er zijn 2 vloedperiodes en 2 ebperiodes per dag. Om de tweede vloedperiode te verklaren moet je kijken naar het tweede deel van de tekening. Hiervoor moet je de aarde en de maan verbinden door een witte streep en bekijken als een geheel. (Zoals een wipplank met twee mensen die niet evenveel wegen. In plaats dat hij op en neer gaat, gaat de wip ronddraaien om een vast punt, het zwaartepunt genoemd(dat is het punt waar de wip in evenwicht zou zijn)). De snelheid van het water op aarde zal nu het snelst zijn aan de linkerkant van de aarde (aan de buitenkant van het rondzwierend systeem), omdat de maan die daar niet naar zich toetrekt.

Wat nu gebeurt, kan je vergelijken met een emmer met een beetje water in die je snel rondzwiert. Het water zal zelfs in de emmer blijven als het op zijn kop gaat, m.a.w. het water wordt naar buiten geslingerd, net wat bij de aarde ook gebeurd. Daardoor komt het water daar in een bult.

Als je beide verschijnselen nu samenstelt (zie derde deel van tekening1), zie je mooi de twee gebieden (‘bulten’) waar er vloed is, en de twee ebgebieden verschijnen.

Wat gebeurt er nu als er springtij en doodtij is?

Bij springtij gaan de zon en de maan op één lijn staan en daardoor zal de aantrekkingskracht op het water versterkt worden (de zon oefent immers ook aantrekkingskracht uit op de aarde). Je krijgt dus grotere ‘bulten’ en plattere boven- en onderkant (dus extra lage waterstand). Bij doodtij heffen de aantrekkingskrachten van maan en
de zon elkaar gedeeltelijk op. Daardoor zijn de bulten net minder hoog dan bij normale vloed en is de waterstand bij eb iets hoger dan normaal.

Zo’n toestanden komen normaal twee keer voor per maanmaand (29,53 dagen).

Hopelijk verklaart mijn relaas voor jullie dit, op het eerste gezicht, vreemde verschijnsel aan de kust. Als je iets niet begrijpt, mag je me altijd om uitleg vragen, ik leg het je graag uit!

Groetjes,
Robin